Afbeelding / Picture


Tekstfragmenten Khap Djaai

Zodra we Ulan Batar uit zijn, belanden we direct in de middle of nowhere. De omgeving is adembenemend mooi, met ongetemde ruige vlaktes vol puntige bergen. We passeren herders te paard met hun kuddes schapen en koeien. Magere geiten turen loom over de eindeloze steppes. De ramen in onze Lada kunnen niet dicht waardoor we al na tien minuten tot op het bot toe verkleumd zijn. De weg wordt steeds slechter en houdt op een gegeven moment zelfs op te bestaan. Dan pas krijgt onze chauffeur er echt zin in. Vol gas scheurt hij dwars door het Mongoolse landschap over iets wat op een pad lijkt, vol kuilen, stenen en zand. Stuiterend zitten we op de achterbank. 'Having fun?', informeert de chauffeur op een gegeven moment met een grote grijns. Ja hoor, let nou maar op de weg.
(Mongolië, p. 57)

******************************

Guangzhou is een welvarende maar geen aantrekkelijke stad. Overal worden grootschalige bouwprojecten gerealiseerd en zoals de meeste grote Chinese steden gaat ook Guangzhou grotendeels schuil achter een dikke laag smog. Er lijken meer auto’s te rijden dan dat er inwoners zijn. Communiceren gaat hier nog moeilijker dan in de rest van China omdat ons vertaalboek in deze regio onbruikbaar is. Het boek is opgesteld in het Mandarijn en in dit gedeelte van het land spreekt men uitsluitend Cantonees. Desondanks wagen we een poging om treinkaartjes te kopen naar Guilin. Het antwoord ligt voor de hand. 'Meo'. Dat woord is in heel China universeel. We passen dit keer echter een andere tactiek toe. We gaan gewoon niet weg. De man achter het loket wordt kwaad. Wij blijven staan. De man wordt nijdig. Wij verroeren geen vin. De man springt uit z’n vel. Wij verstaan er niets van. Uiteindelijk weet hij het ook niet meer en geeft ons precies de kaartjes die we willen. Chinese logica.
(China, p. 133)

          

Afbeelding / Picture



******************************

We worden wakker omdat het zonnetje onze kamer binnenschijnt. Als we naar buiten kijken worden we even stil. Vanuit onze kamer hebben we zicht op de grillige bergen die Sapa omringen. Flarden mist stijgen op vanuit het dal, om even later net zo snel weer te verdwijnen. Een fascinerend schouwspel. Voor nog geen vijf gulden krijgen we later die ochtend een overheerlijk ontbijt voorgezet. Banana & chocolate pancake, warm stokbrood, een enorme fruitsalade, orange juice en thee. Letterlijk een heerlijk begin van het nieuwe jaar. We houden een rustdag en lopen wat door het dorpje. Ook hier overal mensen in kleurrijke kleding. Het zijn voornamelijk vrouwen van de Hmong stam, een bergvolk dat in de negentiende eeuw vanuit China naar Noord-Vietnam is geëmigreerd en sindsdien is uitgegroeid tot één van de grootste etnische bevolkingsgroepen in het land. Oude tandenloze vrouwen proberen zelfgemaakte truien en hoedjes te verkopen. De hele dag dribbelen ze achter toeristen aan. Hun handen zijn blauwgekleurd door de indigobaden waarin ze hun kleding dompelen. 'Jolie, jolie' kwetteren de vrouwtjes zodra iemand belangstelling toont voor één van hun creaties. De rest van de dag breng ik lezend door op het dak van het guesthouse, in de zon, en geniet.
(Vietnam, p. 164)

******************************

'It can take 3 to 6 hours to reach Sabang', zegt de eigenaar van een jeepney wiens voertuig reeds lang geleden z’n beste tijd gehad heeft, 'depending on the condition of the road'. Dat voorspelt weinig goeds. Lange-afstandsjeepneys vertrekken pas als ze vol zijn en zoals elders in Azië zijn de meningen over het begrip 'vol' nogal verdeeld. Dus dat wordt wachten. Slaan westerlingen doorgaans op tilt als de bus of trein 10 minuten vertraging heeft, Filippino’s halen hun schouders op en doden de tijd met kletsen, slapen of voor zich uit staren. Hun leven wordt totaal niet beïnvloed door tijd. Zou ik ooit zo kunnen leven als zij? Na ruim een uur wachten wordt de jeepney vol verklaard; ze hebben er het ongelofelijke aantal van 29 mensen-plus-bagage in weten te krijgen. Zelfs op de stoel van de chauffeur zit een passagier, waardoor de man niet eens recht voor z’n stuur kan zitten. De bijrijders staan buiten op de treeplank. 'God bless our trip' staat er op de binnenkant van het dak geschilderd.
Een bordje op het dashboard meldt de weinig veelbelovende tekst 'Lord let us pray for a safe trip night and day'. Tegen de tijd dat we in Sabang zijn aankomen, begrijpen we waarom.
(Filippijnen, p. 220)

******************************

Het groene woud kijkt hooghartig op ons neer, met zijn tientallen meters hoge bomen vol varens, orchideeën, klimplanten en lianen. IJsvogels scheren laag over het water en proberen een lekker hapje te vangen in het klei-kleurige water. Uit het woud klinkt een kakofonie van geluid, variërend van het gezang en geroep van vogels, het monotone gezoem van krekels tot het gillen van de cicaden. Ik waan me midden in een documentaire van Discovery Channel. Onze prau vaart de Sut rivier op en stopt op een gegeven moment. 'Now we walk', kondigt Seluat aan. We willen uitstappen, maar ehh, waar is het pad? Seluat en de oude Iban komen niet meer bij. 'No track, this is real Borneo', zegt Seluat, en stapt tot z’n knieën in het modderige water.
(Noord-Borneo, p. 263)

******************************

'Bus to Pakse, what time does it leave?', vragen we de kaartjesverkoper van het gammele, gare, gedeukte en doorgeroeste voertuig dat ons moet gaan vervoeren. Geen reactie. 'Leave today, how late?', proberen we nogmaals, wijzend op ons horloge. De jongen kijkt ons niet-begrijpend aan. Niet alleen verstaat hij geen woord van wat we zeggen, maar bovendien zegt het begrip tijd hem helemaal niets. De bus vertrekt op Lao time, hij vertrekt als hij vertrekt. In ons geval na bijna drie uur wachten. We hebben geluk op één van de harde houten banken te kunnen plaatsnemen; nadat deze zijn opgevuld wordt het gangpad volgezet met plastic kabouterkrukjes. Zowel wijzelf als onze rugzakken zitten ingeklemd tussen manden met stinkende vis, levende kippen en eenden. Er zitten er zoveel in een mand dat de dieren bovenop elkaar moeten staan. De zwakkere dieren worden daardoor letterlijk vertrapt. Stelletje dierenbeulen! Maar de Laotianen halen hun schouders op. Een beest is een beest en levert geld op. Stelletje sentimentele westerlingen! Als de chauffeur eindelijk aanstalten maakt om te vertrekken blijkt dat de motor niet wil starten. Zelfs een grote hamer (daar wordt zo’n beetje alles in Laos mee gerepareerd) biedt geen uitkomst. De accu is leeg en dat betekent dat we moeten wachten totdat er een vrachtwagen voorbij komt die ons kan aanslepen. Aangezien die schaars zijn in dit land duurt het nog anderhalf uur voordat we uiteindelijk ronkend op pad gaan, achtervolgd door een grote zwarte rookwolk.

(Laos, p. 312)

In de stemming gekomen?? Bestel dan nu Khap Djaai .




Created with EasyPage