Afbeelding / Picture

Tekstfragmenten Zijdezacht Zand

Als klein meisje zag ik in een tijdschrift ooit een foto van enkele wondermooie gebouwen. Ze hadden blauwgeglazuurde tegels, ingelegd met krullende patronen. Sprookjesachtige minaretten staken eindeloos ver de hemel in, opbollende koepeltjes sierden de daken. Het bijschrift is me altijd bijgebleven: Registan-plein in Samarkand, Oezbekistan, het mooiste plein ter wereld. Ik beloofde mezelf toen plechtig: ooit ga ik daar naartoe.
Ruim twintig jaar later zette ik op een koude winteravond de TV aan en zag een rapportage over deze zelfde stad en ditzelfde plein, dat nog niets aan schoonheid leek te hebben ingeboet. Die nacht dwarrelden tijdens mijn slaap flarden van sprookjes uit Duizend-en-een-nacht mijn gedachten binnen. Ik zag turkooizen luchtspiegelingen en tulband dragende mannen. Duizenden kamelen trokken in mijn onderbewustzijn voorbij. Met een elegante slow motion tred en opgeheven hoofden trokken ze door gebieden waar een moordende zon met stralen als vernietigende lasers iedere vorm van leven onmogelijk maakte. En toch liep in hun kielzog een stoet van voorovergebogen mensfiguren mee, hun lange lichtgekleurde gewaden wapperend in de snijdende woestijnwind. De kamelen droegen goud, specerijen en zijde in bruine zakken op hun rug. Toen ik de volgende ochtend wakker werd wist ik het zeker: we gaan er nog dit jaar naartoe. En we hadden geen haast, dus namen we de trein.
(Proloog)

******************************


Zittend in onze brede houten vensterbank genieten we iedere ochtend van de eerste zonnestralen van de dag met verse croissants en een kop thee, terwijl door het geopende raam vrolijke muziek opklinkt vanaf de terrassen beneden ons. Zo is het goed, realiseer ik me op één van deze ochtenden. Dit is waarom we telkens weer besluiten onze banen op te zeggen en voor langere tijd op reis te gaan. Zo voel ik me het gelukkigst, als alles gewoon klopt. Reizen geeft rust. Sinds we uit Nederland zijn vertrokken is er geen chaos meer in mijn hoofd. Ik geniet met volle teugen van onze belachelijk slechte kamer, van het feit dat we zomaar in Odessa zitten, dat iedere dag weer een verrassing is, dat ik drie uur in deze vensterbank kan blijven zitten als ik dat wil. Constatéérde ik in Nederland slechts dat de zon scheen, op deze ochtend zié ik het ook, voel de warme zonnestralen, ervaar het zachte ochtendlicht. Met een zijdelingse blik kijk ik naar Dennis. Hij zegt niets, maar glimlacht slechts, ten teken dat hij me begrepen heeft. Geluk is het enige wat zich verdubbelt als men het deelt, heeft Albert Schweitzer ooit gezegd. (Odessa, Oekraïne)

Afbeelding / Picture  


 

******************************

Tijdens de stops onderweg liften handelaren mee naar een volgende plaats en proberen met hun rauwe stemmen passagiers te verleiden om autoradio’s te kopen, reiswekkers met ingebouwde muggenverdrijver, tapijten, pratende poppen die met blikken stem ‘mama’ zeggen of vette kippen die dermate glimmen dat het lijkt alsof ze met meubelwas zijn bewerkt. In de couchettes naast ons is een bonte verzameling medepassagiers neergestreken. Russische mijnwerkers – ruwe mannen met onheilspellende koppen en liters wodka binnen handbereik – zitten gebroederlijk naast zakenmannen in onberispelijke pakken. Er is een eenarmige lerares Duits, op weg naar haar pasgeboren kleinzoon in Oost-Turkmenistan. Er zijn kaartende studenten die filosofie studeren aan de universiteit van Almaty in Kazachstan en met medailles behangen oorlogsveteranen die als dank voor bewezen diensten onbeperkt met het openbaar vervoer mogen reizen. Het zijn allemaal mensen op doorreis, op weg naar iets nieuws of spannends. Reizen per trein geeft mensen een bepaald gevoel van vrijheid. Je rijdt hard genoeg om het idee te hebben door het landschap te zweven, maar langzaam genoeg om niet het contact met de omgeving te verliezen. Thuis in eigen land is de trein nooit mijn eerste keus als het op vervoer aankomt; dan wil ik snel en efficiënt van A naar B. Maar als je op reis bent doet dat er ineens niet meer toe, dan hoef je niet snel en efficiënt te zijn. Zonder schuldgevoel kun je urenlang dromerig uit het raam staren en je gedachten de vrije loop laten, terwijl er een onbekende wereld aan je voorbij trekt.
(In de trein van Moskou naar Tasjkent)

****************************** 

Dat was Oezbekistan uit. Nu nog Kazachstan in. Ook hier gelden de wetten van de ongecontroleerde chaos. Een magere douanier met een pokdalig gezicht houdt ons tegen en vraagt uit welk land we komen. ‘Gelandia,’ antwoord ik voorzichtig. Zijn strakke gezicht breekt plotseling open. ‘Ah, Gelandia good! Goellit, Van Baasten, Niestelrooy!’ Hij blaft iets naar een ondergeschikte, die ons vervolgens in recordtempo door de bureaucratische papiermolen heen leidt.
(Grens Oezbekistan – Kazachstan)

******************************

Zhenja stelt ons voor aan Sabbir, onze gids voor de komende dagen. Het is een boom van een kerel met een indrukwekkende zwarte krulsnor. Tevens maken we kennis met onze vervoermiddelen voor de komende dagen: paard Fedja en knol Akjol. We verdelen de proviand over de paarden, hijsen ons in het zadel, nemen afscheid van Zhenja en zetten koers richting de bergen. Rustig wiebelend in de niet bepaald zachte zadels worden we al snel na vertrek opgeslokt door een onwaarschijnlijk mooie omgeving. We bevinden ons in Kazachstan, een land waarvan ik dacht dat het louter bestond uit kale steppes en uitgedroogde, doodse vlaktes. Maar nu staan we plots oog in oog met steile berghellingen vol metershoge groene coniferen en bergtoppen die in hoogte variëren van duizend tot vierduizend meter, deels schuilgaand achter een laagje poedersneeuw. We zien glooiende bergweides die zijn bedekt met een dik tapijt van helder groen gras. De talrijke struiken en bomen lijken nonchalant in het landschap te zijn neergezet; een toefje bloeiende heesters hier, een paar appel- en pistachebomen daar. Kabbelende bergstroompjes worden afgewisseld door diepe ravijnen waar met donderend geraas water doorheen dendert.
En we zien bloemen. Miljoenen, miljarden! Variërend van wit tot babyroze en dieproze, van violet tot paars en lavendelblauw, van geel tot karmijnrood, oranje en het hele kleurenspectrum dat daar tussen zit. Honderden soorten bloeien dwars door elkaar, zeeën van kleuren trekken aan ons voorbij. We rijden door velden vol diep paarse riddersporen en knalrode papavers die speels worden verlicht door de zon, passeren een kleurexplosie van asters, klokjes, bosanemonen, wilde look, wuivende grassen en monnikskapboterbloemen en rijden door bedden vol tijm en Aziatische munt. Bij iedere stap die de paarden zetten wordt daardoor een verrukkelijke geur verspreid.
(Akzu-Zhabaghly, Kazachstan)

******************************

Aan het begin van de avond verschijnt er een paard in de tuin, naar ik aanneem het vervoermiddel waarmee we de volgende dag de bergen in zullen trekken. Maar als ik Sagunbay met een groot mes en een slijpsteen zie passeren, begin ik iets anders te vermoeden en als ik niet lang daarna een buurjongen met vier benen over zijn schouder voorbij zie komen, weet ik het zeker. Voorzichtig loop ik de tuin in, waar de rest van de familie inmiddels druk bezig is met het in stukken snijden van het paard en het schoonspoelen van darmen en enkele andere, onsmakelijk uitziende, ingewanden. De afgestroopte huid waar de staart nog aan vast zit, ligt als een zielig hoopje herinnering onder een grote esp. Het hoofd is nergens te bekennen. Oermad loopt naar zijn auto, klapt de achterbank naar beneden, bedekt deze met een laag onkruid uit de tuin en legt daar het paardenvlees bovenop. Het geheel wordt afgedekt met nog meer onkruid waarna hij tevreden zijn achterklep dichtslaat. ‘Ik rijd vanavond terug naar mijn huis in Biskek, daar heb ik een koelkast,’ vertelt hij trots.
(Bokonbayev, Kirgizië)

******************************

Terwijl de tenten langzaam worden omringd door een immense veestapel, zien we met lede ogen aan hoe de vrouw van Kanad ons avondmaal bereidt. Hompen vlees worden in stukken gehakt en gekookt in een zompige bouillon. Met haar handen breekt ze de kop in tweeën. Het maakt een vreemd, krakend geluid. Ik kan een rilling niet onderdrukken en ook Dennis ziet enigszins bleek. Tegen de tijd dat iedereen zich heeft verzameld in de eet-joert trekt mijn maag zich samen. Zoals verwacht wordt een deel van de kop aan ons geschonken. De ogen zitten er nog altijd in, inmiddels rood geaderd. We veinzen acute buikklachten en schuiven de schaal met inhoud verontschuldigend terug. Een enkel ogenblik kijken de zoons ons ongelovig aan. Als ze doorhebben dat we het écht niet zullen opeten breekt er onderling bijna een vechtpartij uit om deze lekkernij. De oudste zoon komt als winnaar uit de bus. Hij trekt de kop verder uit elkaar en zet smakelijk zijn tanden in de hersenpan. Wij consumeren ondertussen het vlees van een minder afzichtelijk deel van het schaap en eten rijst. Als ik na dit feestmaal naar buiten ga om m’n handen te wassen, zie ik hoe een roodomrande zon langzaam wegzinkt achter de horizon, terwijl tegelijkertijd aan de andere kant van de vallei de maan opkomt boven de bergen. Nooit eerder heb ik dit verschijnsel gezien; in Nederland is de maan er altijd gewoon ineens. Alsof iemand een knop indrukt waarna hij plots aan de hemel verschijnt. Maar nu stijgt hij langzaam op, als een gelige luchtballon die traag wordt meegevoerd naar boven.
(Song-kul, Kirgizië)

******************************

Aahhhhhhrrrrrrgggg!!!!’ Als je nog niet helemaal wakker bent, klinkt het alsof iemand een ongestucte wand te lijf gaat met een op volle kracht draaiende schuurmachine. Het afschuwelijk raspende geluid doet ons stijf rechtop in bed zitten. Eenmaal bij onze positieven constateren we dat het hier slechts om een rochelende Chinese buurman gaat. Dat geluid went nooit.
Enkele uren later slenteren we door de bruisende heksenketel die Kashgar heet. Tweeduizend jaar handelsgeest raast door de straten van het 180.000 inwoners tellende stadje, al eeuwenlang gelegen op een kruispunt van culturen. Een plek waar boeddhisme, islam, christendom en alle denkbare goederen samen kwamen. Overal waar we kijken is bedrijvigheid, overal flitsen voertuigen voorbij, overal zijn mensen. Er lopen statige Pakistani in lange witte jurken, Oezbeekse katoenboeren, tulbanddragende moellahs, Russische zakenmannen en verweerde mannen met ongestreken gezichten, veelal Tadzjieken op zoek naar werk. We zien kreupelen, blinden en fantasten. Gebochelden, burka’s en spasten. De lucht is vervuld van smogwalmen en fijn woestijnzand, waardoor er een permanente grauwsluier boven de stad hangt. We voelen ons toeschouwers van een boeiende voorstelling die zich dagelijks in deze levendige smeltkroes afspeelt. 24 uur per dag, zonder pauze, maar die desondanks geen moment verveelt.
(Kashgar, China)

In de stemming gekomen?? Bestel dan nu Zijdezacht Zand .




Last updated: 02-22-2008

Created with EasyPage